Pandjesbaas Bernard in de ban van AI

Voormalig pandjesbaas Bernhard Lucas Emmanuel Prins van Oranje-Nassau zou wel eens een van de belangrijkste financiers van AI startups kunnen worden.
Gisteren werd bekend dat de Prins al zijn zakelijke belangen verkoopt aan zijn zakenpartners Menno de Jong en Coen Groeneveld. Onder andere het circuit van Zandvoort, het MediaPark te Hilversum en al zijn panden doet hij van de hand.
Bernhard schrijft dat hij zijn investeringen verkoopt om nieuwe investeringen te kunnen doen. ‘Ik blijf actief in de autosport en investeringen in kunstmatige intelligentie en daar wil ik met dezelfde energie induiken. Want de wereld verandert sneller dan ooit.’
Prins Bernhard junior heeft een geschat persoonlijk vermogen van 160 miljoen euro, waarmee hij in de Quote 500 op plek 448 staat.
In zo’n dertig jaar heeft Bernhard flink wat zakelijke belangen verzameld. Zo heeft hij belangen in het Media Park in Hilversum, het IT-bedrijf Levi9 en verschillende vastgoedportefeuilles. Alles verkoopt hij aan zijn zakenpartners Menno de Jong en Coen Groeneveld.
Prins Bernhard studeerde een jaar economie aan de Georgetown University in Washington. In 1995 studeerde hij af aan de Rijksuniversiteit Groningen in de studierichting Economie.
Tijdens zijn studie zette hij met vrienden het bedrijf Ritzen Koeriers op. Daarna werd hij medeoprichter van Shop.nl en Clockwork. Prins Bernhard was, als lid van het managementteam, tevens verantwoordelijk voor het op de markt zetten en uitbreiden van Levi9 IT Services.
Daarnaast was de Prins oprichter van het botenmerk Waterdream en mede-aandeelhouder van Circuit Zandvoort.
Deel dit bericht
Plaats een reactie
Uw e-mailadres wordt niet op de site getoond
4 Reacties
I eat blockchains for breakfast
Wat een onthutsend staaltje hagiografie vermomd als nieuws.
Een prins met een geschat vermogen van € 160 miljoen verkoopt zijn vastgoed, zijn belangen in het circuit en andere zakelijke bezittingen om zich op AI te storten — en Emerce lijkt vooral onder de indruk dat hij daar “met dezelfde energie” in wil duiken. Alsof we hier getuige zijn van een visionaire ondernemer die vanuit een studentenkamer de toekomst gaat uitvinden, in plaats van iemand die dankzij een uitzonderlijk netwerk, een beroemde achternaam en decennialange toegang tot kapitaal en invloed een enorme portefeuille heeft kunnen opbouwen.
“Pandjesbaas Bernard in de ban van AI.” Zelfs de titel klinkt alsof een sympathieke, ondernemende avonturier na een leuke vastgoedcarrière nu enthousiast aan zijn volgende innovatiehoofdstuk begint. Geen woord over de wrange realiteit dat vastgoed voor veel Nederlanders niet een “zakelijk belang” is, maar een onbereikbare basisbehoefte. Geen kritische vraag naar wat het betekent wanneer leden van een koninklijke familie grote commerciële belangen hebben in grond, vastgoed, media en prestige-evenementen. Geen enkele serieuze reflectie op de vraag hoeveel van dit succes werkelijk los te zien is van afkomst, toegang en status.
In plaats daarvan krijgen we een keurig cv: Georgetown, Groningen, koeriersbedrijf, internetbedrijven, IT, boten, circuit. De klassieke succesbiografie. Alles wat de indruk wekt dat vermogen en invloed vanzelfsprekend het gevolg zijn van talent en ondernemerschap. Alsof een prins die “met vrienden” een bedrijf begint onder precies dezelfde omstandigheden opereert als een gewone student zonder familienaam, vermogen, netwerk of institutionele nabijheid.
En nu is AI blijkbaar het volgende decor waarin deze rijkdom zichzelf opnieuw mag presenteren als innovatie. Want waarom zou je je afvragen wie profiteert van AI, welke banen onder druk komen, hoeveel energie datacenters verbruiken of hoe kapitaal zich verder concentreert, als je ook gewoon kunt schrijven dat een multimiljonair “met dezelfde energie” ergens in wil duiken?
Dit is geen kritische technologiejournalistiek. Dit is reputatiebeheer voor de bovenlaag, met een dun laagje innovatiejargon eroverheen.
Misschien had de centrale vraag niet moeten zijn: “Wordt prins Bernhard een belangrijke financier van AI-start-ups?”
Maar: “Waarom behandelen we extreme rijkdom, erfelijke status en commerciële macht nog steeds alsof ze automatisch bewijs zijn van visie, verdienste en maatschappelijk nut?”
Want zolang de media iedere vermogende man met de juiste achternaam en een nieuw investeringsplan blijven opvoeren als een inspirerende vernieuwer, hoeven de machtigen zichzelf nauwelijks nog te legitimeren. De bewonderende journalistiek doet dat alvast voor hen.
Jan Libbenga (Emerce)
‘Waarom behandelen we extreme rijkdom, erfelijke status en commerciële macht nog steeds alsof ze automatisch bewijs zijn van visie, verdienste en maatschappelijk nut?’
Interessante vraag, maar past niet in een feitelijk nieuwsbericht. En een bericht waarin volgens een anonieme reaguurder een kritische noot ontbreekt is niet automatisch een hagiografie.
Sjoerd Mensink
@I eat blockchains for breakfast
Wat een gezwets. Ga lekker op joop.nl janken over rijkdom en erfelijke status. Ouwe zuurpruim. Ik vind het een aardige prestatie om zoveel neer te zetten met alleen deze achternaam. Ons koningshuis heeft niet zoveel in de melk te brokkelen hoor. Als je van een paar miljoen (het is maar een neefje…) naar 160 miljoen groeit, doe je iets goed. Dat geldt o.a. voor zijn Levy9 en ook vastgoed. Gewoon prima ondernomen.
Lekker alles afschuiven op naam en netwerk, je reactie is doorspekt van jaloezie. Sneu hoor.
Dat vastgoed een basisbehoefte is, betekent niet dat je er niet aan mag verdienen. Eten en drinken zijn dit ook, AH maakt hier gewoon winst op. En gelukkig maar. In landen waar de overheid alles bepaalt, gaat het in de regel mis. Daarom bestaan die systemen in het Westen ook niet meer…
En dan reageer je anoniem. Goed hoor. Dapper!
The final boss
Sjoerd, bedankt voor de klassieke “als je kritiek hebt op een rijke ondernemer ben je gewoon jaloers”-reactie. Altijd handig: dan hoef je namelijk niet meer in te gaan op de inhoud.
Het punt is niet dat iemand geen geld mag verdienen. Gefeliciteerd, je hebt zelf ontdekt dat markten bestaan. Het punt is de merkwaardige gewoonte om mensen die starten met een koninklijke achternaam, een uitzonderlijk netwerk en toegang tot kapitaal te presenteren alsof ze onder dezelfde omstandigheden ondernemen als iemand die met een studieschuld en een huurcontract begint.
Dat iemand van miljoenen naar 160 miljoen groeit, kan inderdaad betekenen dat hij ondernemend is. Het kan óók betekenen dat een uitzonderlijke uitgangspositie enorm goed benut is. Die twee dingen sluiten elkaar niet uit. Alleen lijkt het in sommige ondernemersverhalen verboden om het tweede te benoemen.
De vergelijking met Albert Heijn is ook een mooie afleiding. Niemand beweert dat vastgoed of voedsel geen commerciële sector mogen zijn. De vraag is waarom bezit van essentiële zaken zoals woningen, gecombineerd met uitzonderlijke maatschappelijke status, zo kritiekloos wordt behandeld als een bewijs van individuele genialiteit.
En over “alleen deze achternaam”: precies dát is het interessante punt. Een achternaam die toegang geeft tot deuren waar de meeste mensen nooit eens een deurklink van zien, is geen detail. Het is kapitaal. Alleen geen kapitaal dat op een balans staat.
Maar goed, misschien is de moderne definitie van ondernemerschap inderdaad veranderd: niet alleen waarde creëren, maar vooral zorgen dat niemand meer mag vragen welke voordelen je onderweg had.
En over anonimiteit: een argument wordt niet minder waar omdat de naam erboven niet bekend is. Als dat wel zo zou zijn, hadden we geen journalistiek nodig maar alleen LinkedIn-profielen.